Sleepwet, spoornet en de zwartrijder

PicsArt_03-10-09.19.13

8 maart 2018

U heeft niet ingecheckt zegt de conducteur.

Oh? zeg ik verbaasd. Ik heb wèl ingecheckt.

Hij tuurt naar zijn geavanceerde mobiele apparaat en concludeert dat ik nooit met de trein reis. Daarnet nog met de HTM, dat kan ik zien, zegt hij, maar niet met de NS.

Ik reis altijd met de NS werp ik tegen.

‘Nee mevrouw, ik kan terugkijken tot 22 februari en ik zie alleen de HTM in mijn display

Dat kan wel kloppen, ik was jarig en toen kwam iedereen naar mij toe. Ik heb de afgelopen twee weken niet met de trein gereisd. Maar ik heb wel ingecheckt, ik hoorde de piepjes.

Hij vermoedt dat ik de poortjes te snel af was, op Den Haag CS staan ze nog open. Te snel, dat hoor ik niet zo vaak meer. Ik word met de dag trager. Nee, laat ik daar geen grapjes overmaken met de railrunner in zijn blauwe pak.

En nu, ik ben dus nu een first offender? Dan krijg je toch geen boete?

Hij gelooft mij op mijn grijze ogen al zegt zijn digitale assistent iets anders.

Hij vraagt of ik een enkele reis of een retour wil.

Tegen de volle prijs natuurlijk terwijl ik een abonnement met korting heb en mijn ov-kaart automatisch opgeladen wordt.

Hou je grootmoeder voor de gek knul, denk ik bij mezelf. Een enkele reis.

Hij laat weten dat ik bij de klantenservice kan vragen of ze de korting alsnog willen verrekenen.

Meer dan vijf minuten staat hij met mijn paspoort in de hand van alles in te voeren en ik vraag me af hoe geavanceerd dat apparaat van hem nu eigenlijk is. De grote baas, meneer Spoor weet meer van mij dan hij nu doet voorkomen.

Het voetvolk kan niet verder dan twee weken terugkijken. Dat klinkt toch een beetje geruststellend, al twijfel ik.

Gewoonlijk check ik braaf in en dan wordt me nooit het hemd van het lijf gevraagd, dan weten ze alles van me. Ze schrijven regelmatig geld van mijn rekening af per automatische incasso, ze sturen me maandelijks mails, ik kan mijn online reisgeschiedenis inzien en ze bezitten zelfs een recente foto van me.

Ik overweeg om de anonimiteit weer in te duiken. Ik ga even op zwart.

Advertenties

Vermist

Ik word wakker in mijn riante kamer in de watervilla omdat ik deuren hoor slaan. De meisjes zijn wakker denk ik, als ik dadelijk ook opsta kan ik zo aanschuiven aan het ontbijt. Ik maak uitgebreid toilet en loop de trap op. Boven is het stil. Ze zijn allemaal verdwenen. Zonder me te appen, te sms’en,  te msn’en of een brief te sturen via de fietsbode met het groene petje.  Zelfs de hond heeft zich uit de poten gemaakt.

Alles wat mij dierbaar is is mij afgenomen

Er is koffie, om mij zoetjes te houden, afleidingsmanoeuvre kennelijk maar waar is de suiker?

Komt dat boek nu eindelijk af? Zal ik er een poll op loslaten? Als ik uit ga zoeken hoe dat moet komt dat boek er nooit.

Wordt vervolgd…met drie puntjes…

 

 

 

 

 

 

De waterlanders

‘Alles wat ons dierbaar was  werd ons afgenomen’

Personages. Daar loopt één van mijn hoofdpersonages. Hij lijkt er niet op maar hij gedraagt zich net zo. Hij danst over de stoep, hij maakt bokkensprongen, hij lacht. Zomaar, er valt weinig te lachen in deze troosteloze buurt. Hij praat. Hij is in het gezelschap van een meisje met een hele hoge stem. Ik versta haar niet, ik spreek niet hun taal.

Ik ben op reis. Niet ver van mijn huis hoor ik al de exotische klanken van daarginds. Na een paar maal overstappen bevind ik mij temidden van water, heel veel water. Het andere personage, het kind waar alles om draait houdt niet van water. De stemming zit er direct in. Ik ga eindelijk het boek voltooien waar ik al tien jaar aan werk. Zal ik de titel veranderen van Sterrenkroos naar Dierbaar? Dierbaar sterrenkroos ? Of toch: Dit boek moet af?

Maatschappelijke onrust

Volkert mag misschien met proefverlof. Honderden keren ben ik die naam de laatste tien jaar tegengekomen en ik twijfel over de schrijfwijze. Folkert of Volkert. Op internet heerst dezelfde verwarring zie ik. Volkert dus. Het volk moet nog wennen aan het idee. Niet de dader maar de maatschappij moet worden voorbereid op zijn vrijlating.
De familie van het slachtoffer is er op tegen, dat is op zichzelf te begrijpen. De aanhangers van de voormalige politieke partij LPF zijn boos. Hun uitzicht op een betere toekomst werd in de kiem gesmoord.
Gisteravond dook de neef van Fortuyn weer op in een programma. Hij heeft ooit eerder in een andere uitzending contact gezocht met de moordenaar en hem gevraagd of hij spijt had. Daarop kreeg hij geen direct antwoord. Voor zover ik me herinner werd dit gesprek ook uitgezonden, of delen ervan. Destijds begreep ik al dat Volkert overvallen werd door deze vragen en zich niet leende voor een quasi-journalistiek programma met een hoog sensatiegehalte. Neef Fortuyn gebruikt nu deze weigering om mee te werken als argument om hard te maken dat de moordenaar van zijn oom zijn leven niet gebeterd heeft in de afgelopen elf jaar. Mogelijk zijn er nog andere redenen maar het werd gisteravond niet duidelijk hoe de familie zo zeker weet dat er kans is op recidive.
Contacten tussen dader en slachtoffer of nabestaanden kunnen helend werken maar omwille van de kijkcijfers dit in een format gieten vind ik smakeloos.
Dit terzijde. Ik mis in de discussie vooral de rol van het volk. Nu probeert zij het proefverlof tegen te houden en volgend jaar zal zij zich ook weer laten horen als de vrijlating een feit wordt. Zij vindt dat van Volkert van der G. zijn straf van achttien jaar volledig uit moet zitten. Dat de rechter anders bepaalde, daar heeft zij geen boodschap aan. Om maatschappelijke onrust te voorkomen is proefverlof eerder al uitgesteld. Maatschappelijke onrust. Het is een fenomeen dat zich steeds vaker voordoet. Het volk heeft een mening en maakt dat op diverse manieren kenbaar. Niet altijd even genuanceerd, niet altijd goed onderbouwd: de moord op een politicus heeft de democratie geschaad zeggen ze. Op het tegenargument dat de wet aanpassen voor een individu ook ondemocratisch is hebben ze geen weerwoord. Dat eindigt in wat gesputter en gestotter.
Er werd ook nog door een deelnemer aan het debat iets gezegd als: die kerel hoort niet thuis in onze maatschappij, hij hoort meer thuis bij zijn linkse greenpeace-vriendjes, daar zit hij goed. Een vreemde opmerking waar verder geen aandacht aan werd besteed.
Er wordt wel eens gesproken over een tweedeling in de maatschappij, iets met arm en rijk. Iets met de elite en het volk, en iets met Volkert en zijn vrienden.
Ik probeer me iets voor te stellen bij die vrienden, bij familie, bij zijn gezin. Hoe worden zij voorbereid en indien nodig beschermd tegen een volksgericht.

Wederom een zaak met louter verliezers. De politiek verliest haar gezicht als ze het verlof door laat gaan, Pim komt er niet mee terug en Volkert, ik vraag me af of hij staat te trappelen om zich in vrijheid op elke straathoek door een gewonde samenleving te laten bespuwen, of erger.
Hoe bereiden wij als maatschappij ons hier op voor? Is het tij te keren? Hoe voorkomen we een uitbarsting van volkswoede? Kan de politiek daar misschien aandacht aan besteden?

Het falende geheugen

Elke ochtend lees ik rond negen uur de krant. Het is nu half twaalf en ik pijnig mijn hersens over een artikel dat ik een paar uur geleden las. Ik weet nog dat het over Foucault ging. Ik herinner me dat ik een paar zinnen heb aangestreept maar het onderwerp schiet me niet meer te binnen. De woorden en de dingen, dat is de titel van een boek van Foucault, het staat in mijn kast. Een boek dat ik niet uitlas. Een paar keer ben ik eraan begonnen maar ik kwam niet ver. Daarna was ik het ook een tijdje kwijt, ik vond het terug en natuurlijk zal ik het nog een keer opnieuw oppakken. Maar het krantenartikel ging niet over De woorden en de dingen. Dat weet ik nog.
Ik probeer terug te gaan in de tijd. Ik heb de kruiswoordpuzzel deels opgelost, ik heb tweets gelezen, ik heb het I-magazine van de Isvw gedownload en gedeeltelijk bekeken. Daarna zat ik nog even op What’s app en ik nam een bad. Nee, het onderwerp komt op geen enkele manier bovendrijven. Ik vis de krant uit de oudpapierbak.
De geschiedenis van de waanzin. Oh ja. Ik herinner me nu weer dat ik kanttekeningen plaatste bij het artikel. Het gaat over psychoses en over het gemankeerde denken. Ik weet weer wat ik mis in dit verhaal: de lelijke kant van psychotisch zijn, de angst voor de wereld, voor mensen, voor het ongrijpbare en waartoe die angst kan leiden.
Ondanks het feit dat ik nog even nagedacht heb over wat ik las, en me afvroeg of ik het boek van Foucault in mijn bezit heb, of ik het alsnog zal aanschaffen, was ik het onderwerp niet veel later volkomen kwijt. Is de menselijke geest toch gewoon een machine en kan informatie zo makkelijk gewist worden? Of begint mijn geheugen slijtage te vertonen? Probeer ik teveel in korte tijd in het meubilair van mijn bovenkamer te proppen? Blijk ik niet de eigenaar van een degelijke eikenhouten kast te zijn maar bezit ik een zelf in elkaar gezet Ikeameubel dat nu wankelt onder haar last?

Soms denk ik dat ik die smartphone, die laptop -oh ja ik heb vanochtend ook nog uitgezocht wat een redelijke tablet kost- gewoon een poosje aan de kant moet leggen. Er fluistert een stem:
Ga leven, geniet van natuurlijke prikkels, laat je niet gek maken door een overkill aan informatie. Bestudeer een wesp in plaats van haar te verjagen.

Of zal ik de krant opzeggen?

Mijn luizenleven

Het eerste dat sneuvelt tijdens een oorlog is de waarheid zei een journalist nadat beelden van de chemische aanval op Syrische burgers de wereld overgingen. Hij betwijfelde of er gifgas was gebruikt, de beelden spraken dit tegen.
Het drama leek er niet minder om te zijn, het meisje dat in haar doodsangst riep om haar moeder, het schuim op de mond van de jongeman, de hulpverlening met een doek voor de mond. Was dit alles dan in scène gezet, om het regeringsleger in diskrediet te brengen? Was het daarom minder erg? We zagen toch het gesol met lijken? Wat moet er bewezen worden voor er ingegrepen wordt?
Ik ben van na de oorlog en dat wil ik zo houden schreven we met watervaste stiften op oude lakens voor we de straat opgingen om te demonstreren tegen kernwapens. Dat was ergens in de jaren tachtig. De Russen hielden een deel van Europa nog in een ijzeren greep, in Noord-Ierland gingen bommen af, net als in het Baskenland en ook West-Duitsland en Italië waren nog maar nauwelijks bekomen van terroristische aanslagen. In ons land bleef het redelijk rustig, de Me moest af en toe in actie komen om krakers uit te zetten en in de loop van de jaren werden ze er nog wel op uit gestuurd om hooligans in toom te houden of om brandjes te blussen in gemengde woonwijken. Ik ben inderdaad opgegroeid na de tweede wereldoorlog maar wereldvrede is er nooit gekomen.
Om mij heen hoor ik veel gemopper. De crisis, de bezuinigingen, we gaan eraan, we gaan er allemaal aan roepen mijn medelanders. Dit kabinet moet opzouten, zij maken Nederland kapot, zij storten ons in het verderf. Ik weet mijzelf geen houding te geven. Nee, ik heb niet gestemd voor deze regering, ik ervaar de paniek en de angst die gepaard gaat met de veranderingen in de gezondheidszorg maar in hoeverre is dit terecht? Ben ik blind voor de huidige malaise in ons land? Sus ik mijn geweten door te wijzen naar verre landen waar het allemaal veel slechter is? Moet ik de straat weer op met een spandoek? Wat zal ik er dan op zetten? Ik heb een baan, een dak boven mijn hoofd, voldoende te eten, ik heb geen reden tot klagen. Misschien is een hagelwit laken zonder tekst het beste statement om te maken. Bestaan die hagelwitte stijf gestreken, op de bleek gedroogde lakens eigenlijk nog? Het is iets van voor de oorlog vermoed ik, toen wit nog de kleur van de onschuld had.

En er was licht. Hij zag dat het goed was, was het daar dan maar bij gebleven denk ik wel eens. Als het waar is wat in de bijbel staat, dan ging het al heel snel mis tussen mensen. Daar hebben ze zelf de hand in gehad vermoed ik, van de geschiedenis heeft niemand iets geleerd, of is het toch gewoon ons lot, of hun lot? Zolang het hun lot is, waar maak ik me dan druk om?
Kan ik straks mijn rekeningen nog wel betalen?
Is mijn voedsel wel veilig genoeg?
Kan ik een nieuwe computer kopen?
Loop ik niet voor gek in deze jas van vorig jaar?

Over al die kleine zorgen wil ik mij niet meer druk maken. Er blijft voldoende over om van wakker te liggen maar heel eerlijk: ik rol nog elke avond de slaapmat der onschuldigen uit en ik sta de volgende ochtend gezond weer op. Het wereldleed lijkt ver van mijn bed. Ondanks moderne media, ondanks de techniek, de levensechte beelden van de lijken, ik kijk naar buiten en zie tot mijn ongenoegen dat het regent.

De val

In mijn omgeving is er niemand die zo vaak valt als ik. Ongeveer eens per maand maak ik een smak, kus ik de keien of stort ik ter aarde. Nee, ik ben dan niet duizelig of slap in de benen. Integendeel, meestal fiets ik, ren ik, draaf ik, vlieg ik van Hot naar Her.
Dat ik niet altijd heelhuids bij Her aankom ligt niet aan mij al trekt iedereen dat in twijfel. Dan krijg ik te horen dat ik motorisch niet in orde ben of dat ik gewoon niet goed uit mijn doppen kijk. Dat betwist ik dan weer op mijn beurt. Die losse veter die zich tijdens de fietsrit om mijn trapper wikkelde, die losliggende stoeptegel, dat snoer dat ik zelf niet gespannen heb, daar kan mijzelf toch niet tegen weren?
Het leven is vol gevaren en ik ben altijd bang voor het lijden dat ik vrees. Hoe voorkom ik dat ik over drie weken weer een buiteling maak? Of iets eerder, mogelijk iets later maar dat ik weer plat op mijn gezicht ga, dat is zeker.
Als kind had ik er al last van. Huppelend ging ik naar school, gekleed in een nieuwe broek of maillot en ik keerde aan het einde van de dag terug naar huis met gaten in mijn kleren en kapotte knieën. De eerste herinnering aan een valpartij is ook meteen een van de eerste keren dat ik buiten ging fietsen. De oprit naar de straat was niet effen en ik viel over een scheur in het asfalt. Niet veel later kreeg ik een voet tussen de spaken terwijl ik bij mijn vader voorop de fiets zat.
Het leven is vallen en weer opstaan, ik weet het maar als ik zou gaan turven ben ik vaker gevallen dan herrezen of twijfelen jullie daar ook aan? De eerste val waarmee ik in mijn jonge leven geconfronteerd werd was die van de zondeval. Later kwamen daar muizenvallen, valstrikken en en de valhelm bij. De valhelm heeft mijn leven al eens gered maar voortdurend met zo’n ding op je hoofd lopen terwijl het je knieën zijn die de hardste klappen opvangen, dat schiet niet op.
Als ik een vallende ster zie fluister ik zacht dat ik hoop dat ik nooit meer struikel of ergens over uitglijden zal. Vanmorgen viel ik bijna over de weegschaal in mijn slaapkamer. Bijna. Het lijkt erop dat de vallende sterren me gunstig gezind zijn.